Weerlegging van het calvinisme

Titel: Weerlegging van het calvinisme
Ondertitel: Het calvinisme getoetst aan de Bijbel
Auteur: Ary Geelhoed, Middelburg 2014
Website: http://hetcalvinismeendebijbel.nl
Document: http://hetcalvinismeendebijbel.nl/weerlegging-calvinisme-compleet.pdf

Ik werd al eerder op deze studie gewezen. Een heel werk! Tijdens de vakantie had ik eindelijk de gelegenheid om de “Weerlegging van het calvinisme” eens rustig door te nemen. Hieronder een aantal opmerkingen naar aanleiding van deze studie.

Ary Geelhoed geeft met onderbouwing vanuit de Bijbel in driehonderd pagina‘s een weerlegging van veel van de misverstanden die de calvistische leer rijk is.  In het voorwoord wordt de motivatie gegeven: “Deze studie is in de eerste plaats bedoeld om mijn evangelische medegelovigen uit te leggen waarom wij geen calvinisten zijn. Bovendien hoop ik mensen die gevangen zitten in het calvinistische leerstellige systeem de Bijbelse uitweg te wijzen. De aanleiding tot het schrijven van deze weerlegging van het calvinisme is het oprukken van het calvinisme in evangelische kringen in Nederland.” In de inleiding geeft hij aan: “Als in deze studie over het calvinisme wordt gesproken, dan wordt daarmee het vijfpuntscalvinisme van de Dordtse leerregels bedoeld.

Het is niet verwonderlijk dat er in vergelijking met mijn boek “De kerkleer tegen het Licht van de Bijbel” veel overeenkomstige zaken besproken worden. Naar mijn idee bevestigt en versterkt het elkaar. Tevens vult het elkaar aan tot een waslijst aan argumenten, die niet zomaar te negeren is. Met een andere benadering en met andere accenten wordt met de “Weerlegging van het calvinisme” in de calvinistische leer en haar uitwerking een reeks punten aangewezen, die strijdig zijn met wat in de Bijbel staat, terwijl men dat zelf niet zo ziet.

Als belangrijke oorzaak voor de bedekking bij veel calvinisten wordt genoemd dat er geen oog is voor Gods plan met Israël (blz. 93). Dat is iets wat ik persoonlijk ook heb ervaren en later in de leer heb herkend. Dat lijkt mij de oorsprong van een uitverkiezings~ en verbondsleer, die wél Bijbels klinkt, maar níet Bijbels is.

In “Weerlegging van het calvinisme” beschrijft Ary Geelhoed uitgebreid hoe als gevolg van deze leer geloofszekerheid een probleem wordt: “Binnen het calvinisme zijn er kerken die de kenmerkenprediking hebben gekozen als weg tot geloofszekerheid.” Hij geeft aan hoe dit tot grote problemen leidt.
Vervolgens noemt hij dat er kringen zijn met wat hij noemt “inconsequente calvinisten”, die de strikte uitverkiezingsleer theoretisch wel onderschrijven, maar praktisch niet volgen: “Maar er zijn binnen de stroming van het calvinisme ook kerken die een totaal andere weg hebben gekozen. Zij hebben de weg tot geloofzekerheid gevonden in het verbond. Ze hebben een speciale verbondsleer ontwikkeld, waarin de kerk in de plaats van Israël is gekomen. De hele vraag: “Is het wel voor mij, ben ik wel uitverkoren” speelt daarom niet. Je bent door de (kinder)doop in het verbond , dus is het voor jou. Over de vraag of je wel of niet uitverkoren bent moet je niet nadenken. Je moet niet proberen om in te dringen in de verborgenheid van Gods raadsbesluiten. Je moet simpelweg vertrouwen op datgene wat je in de kinderdoop, op grond van het genade verbond, is toegezegd.”

Hoewel ik het mij toen niet bewust ben geweest, behoorde ik tot die laatste kring. Er ontstond voor mij dan ook werkelijk een probleem toen ik ontdekte dat de kinderdoop niet met de Gods Woord valt te rijmen. Dat gaat dan dus echt héél veel verder dan de vraag: “Besprenkelen of onderdompelen?” Het haakt direct aan de grond en de zekerheid van je geloof en intuïtief voelt het dan al meteen als een bedreiging wanneer dat ter discussie wordt gesteld. Daarom ben ik in mijn eigen studie vanuit het thema van de uitverkiezing, voorafgaand aan de bespreking van elk van de artikelen in de Dordtse Leerregels, meer ingegaan op Gods plan met Israël, de van de van God gegeven verbonden en op wat de Bijbel zegt over de dood van Christus en onze verlossing. Het nadenken over bekering, wedergeboorte en doop komen van daaruit vanzelf naar voren.

In “Weerlegging van het calvinisme” richt Ary Geelhoed zich vooral op de uitverkiezing. Daarbij komen veel standpunten en gedachten die ten grondslag liggen aan, of gevolg zijn van deze leer uitvoerig aan bod. Ook worden daarbij de gangbare redenaties ter onderbouwing van deze leer weerlegd. Hij laat zien hoe God zich in Zijn Woord openbaart en hoe dit Bijbels beeld strijdig is met het beeld van God dat uit het calvinisme naar voren komt.

Hij komt, net als ik, tot de conclusie dat men in de calvinistische leer veel zaken door elkaar haalt. Ook hij komt tot de conclusie dat het calvinisme veel redeneringen gebruikt die de Schrift tegenspreken. Ook hij komt tot de conclusie dat het calvinisme tot uitspraken komt die strijdig met elkaar zijn. Ook hij komt daardoor tot een aantal scherpe uitspraken en verbijstering over hoe men sommige tekstgedeelten toepast of uitlegt. Het is niet te begrijpen hoe men in deze de leer een reeks van dingen zegt die haaks staan op de letterlijke en voor de hand liggende tekstverklaring, waarin men betekenissen wijzigt of toevoegt. Naar aanleiding daarvan zegt hij: “Je hersens kraken bij deze absurditeiten” (blz. 278). Het is ook onbegrijpelijk: “Sommige calvinisten beweren zelfs dat God alle mensen liefheeft, terwijl Hij er een groot aantal soeverein heeft voorbestemd om voor eeuwig te lijden in de hel.

Tot slot citeer ik nog twee passages uit bijlage B:
Het calvinisme is een verwarrende wereld. Je waant je als Alice in Wonderland. Aan de ene kant is het heel rationalistisch, er wordt voortdurend vanuit logische sluitredenen geredeneerd (aristotelische logica). Maar als ze daar mee vastlopen dan vlucht men in de logische paradox. Dan aanvaardt men twee dingen die elkaar logisch gezien uitsluiten. Dan is A gelijk aan Niet-A. Dan gaat het vasthouden aan twee tegenstrijdige ‘waarheden’ tegen de logica en het menselijk verstand in. Maar even later redeneert men weer vrolijk verder. En als je dan als niet-calvinist wijst op de logische inconsistenties en op de logische consequenties van het calvinistische systeem, dan zeggen de calvinisten dat je te veel redeneert! Op dat moment gaan ze over van logisch geredeneer op strikt bijbelse theologie. Dan zeggen ze “je moet niet teveel redeneren, je moet het nemen zoals het in de Bijbel staat, ook al is het voor ons menselijk verstand niet te rijmen” en “Wie denk je wel dat je bent, dat je het beter weet dan God.

Voor iemand die met deze redenaties is opgegroeid wordt het bepaald niet makkelijker een en ander te onderkennen. Dan fungeert de leer als een doolhof waar je maar lastig uitkomt.

Het calvinisme ontkent dat het systeem door logisch geredeneer tot stand is gekomen. Ze claimen dat het op de Bijbel gebaseerd is. Maar daar passen ze een cirkel redenering toe. Ze beweren dat hun systeem is gebaseerd op de exegese van de relevante Bijbelteksten. Terwijl hun exegeses van die Bijbelteksten weer worden bepaald door hun systeem. Hiermee hebben ze zich waterdicht afgesloten voor een werkelijk gesprek op basis van de Schrift.

Deze beweringen omschrijven heel treffend het gevoel dat ook bij mij ontstond, toen ik echt artikel voor artikel, zin voor zin, tekstverwijzing (zonder context) voor tekstverwijzing (in zijn context) de Dordtse Leerregels met al haar tekstverwijzingen ben gaan doornemen. Het lijkt allemaal Bijbels. Dat maak het lastiger de vinger er achter te krijgen. Maar hoe langer je kijkt, hoe minder ervan blijkt te kloppen. Ondanks dat: “Gods kinderen zitten overal!”

De Bijbel roept ons op om elkaar te vermanen en in het juiste spoor te houden of te brengen. De “Weerlegging van het calvinisme” vormt een ernstige waarschuwing die impliciet oproept om te onderzoeken wat de Bijbel werkelijk zegt. Onderzoek het dan ook zoals men in Berea deed (Handelingen 17:11) en toets het om te zien of deze dingen zo zijn.

Over geloofszekerheid gesproken: Hieronder een link naar een op YouTube geplaatste uitvoering die daarvan getuigt. ‘Ik heb de vaste grond gevonden’ (samenzang o.l.v. Jaap Kramer, Ichthuskerk te Urk)

Ik heb de vaste grond gevonden,
waarin mijn anker eeuwig hecht:
de dood van Christus voor de zonden,
van eeuwigheid als grond gelegd.
Die grond zal onverwrikt bestaan,
als aarde en hemel ondergaan.

Daarop wil ik gelovig bouwen,
getroost, wat mij ook wedervaart;
mij aan Gods vaderhart vertrouwen,
wanneer mijn zonde mij bezwaart.
Steeds vind ik daar opnieuw bereid
oneindige barmhartigheid.