Vervangingsleer, Israël en kerk

De vervangingstheologie of vervangingsleer stelt dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen. Omdat Israël de Messias verworpen heeft, zouden alle verdere beloften van hen afgenomen zijn en op de kerk zijn overgegaan. Dat is althans zo ongeveer de bewering. Men spreekt dan zelfs over de gemeente van Christus als het ‘geestelijk Israël’. Het verbond, allerlei profetie en vele gelijkenissen worden vanuit deze aanname op de kerk toegepast. Leert de Bijbel dat wel? Uit de Bijbel zelf kunnen overduidelijk opmaken dat deze vervangingsleer onjuist is. Waar Israël staat, wordt ook Israël bedoeld!

De Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels zijn de belangrijke belijdenisgeschriften van de gereformeerde kerken. Samen worden deze ook wel de drie formulieren van enigheid of drie formulieren van eenheid, kortweg 3FvE genoemd, die de kerkleer beschrijven. De vervangingsleer wordt hierin (voor zover ik gezien heb) niet expliciet uitgesproken, maar deze vervangingsleer lijkt wel het uitgangspunt van het denken. Regelmatig wordt gesproken over de drie formulieren van onenigheid. Ik ben bepaald de eerste niet die zijn vraagtekens zet.

De Bijbel laat ons zien wat Gods plan met de wereld is. Meer in het bijzonder wordt getoond wat Gods plan met Israël is. Is het niet merkwaardig dat in de hele Heidelbergse Catechismus het woord ‘Israël’ niet voorkomt? Zou het als volk dan toch hebben afgedaan?

Het Nieuwe Testament spreekt ook nog over toekomstverwachtingen voor Israël. Ook na de dood en opstanding van de Here Jezus. Hij Zelf predikte de komst van het Koninkrijk der hemelen en ook Zijn volgelingen werden geroepen het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen. Niet het koninkrijk in de hemel, maar het koninkrijk van de hemel. De discipelen verwachtten dat koninkrijk op aarde en de Here Jezus sprak dat niet tegen. Logisch ook. Er zijn zeer veel profetieën die hierover spreken.

In de Bijbel wordt veel meer over Israël gesproken dan over de kerk. Is het dan niet merkwaardig dat dit in de kerkleer en de kerkformulieren geen plaats krijgt? De kerkleer spreekt in ‘de drie formulieren’ wel over het Koninkrijk der hemelen en het Koninkrijk van God. De kerk lijkt dit uitsluitend te betrekken op zichzelf, als de gelovigen, die dit koninkrijk zullen beërven. Niemand lijkt meer te denken aan de duidelijk benoemde grenzen van het aan Abraham beloofde land. Of denkt u dat dit niet meer zal plaatsvinden? De Bijbel sluit de vervangingsleer uit.

In Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus tekent de kerk zich als de sleutelbewaarster van dat Koninkrijk. Er lijkt dan vooral gedacht worden aan het “in de hemel komen” van gelovigen. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt in artikel 36 zelfs gemeend dat de overheid de komst van het koninkrijk van Jezus Christus zou kunnen en moeten bevorderen. Maar over het duizendjarig rijk, waarover onder andere (!) in Openbaring gesproken wordt, wordt in de belijdenisgeschriften met geen woord gerept. Wat is dan de toekomst verwachting van de kerk? Alleen dat Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden?

Zondag 12 zegt: “Als Koning regeert Hij ons met zijn Woord en Geest, en beschermt en bewaart Hij ons bij de verworven verlossing.” Nergens wordt daarbij gesproken over de Zoon van David, de Vredevorst, die nog eens te Jeruzalem als Koning zal regeren. Dat wordt door velen ontkend of niet begrepen.

Ofschoon velen beweren afstand te nemen van de vervangingsleer, meen ik dat veel restanten of gevolgen hiervan nog aanwezig zijn in de uitleg van de Bijbel. Dat wordt vooral zichtbaar wanneer men vele teksten, die voor Israël bestemd zijn, op ons, de gelovigen, de kerk, betrekt. De gehele toekomstprofetie komt daardoor in de categorie: ‘zeer moeilijk te verstaan’.

De synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (te Nunspeet 2004) in Artikel 52:
“2. a. De synode spreekt uit, dat de drie formulieren van enigheid zich duidelijk uitdrukken inzake de persoonlijke wederkomst van Christus en dat het niet gereformeerd is te leren, dat Christus duizend jaar zichtbaar en lichamelijk op aarde zal regeren, aangezien dit strijdt tegen Gods Woord, zodat het niemand geoorloofd is, dit gevoelen te leren of te verbreiden. (1872)
b. Er is geen schriftuurlijke grond voor de leer van een lichamelijke opstanding van de gelovigen vóór de algemene opstanding, noch ook van een regering van de heiligen op aarde gedurende duizend jaren, noch voor een periode van aardsgetinte christocratie. Derhalve blijven de Christelijke Gereformeerde Kerken bij de bepalingen van de synoden van 1863, 1872, 1879 en 1931 en moet het iedere dienaar des Woords verboden worden, zijn persoonlijk gevoelen aangaande het duizendjarig rijk en de leer van de tweeërlei opstanding in woord en geschrift te verbreiden als de leer van de Heilige Schrift. (1933)

Het is dan misschien niet gereformeerd om te leren dat Christus duizend jaar zichtbaar op aarde zal regeren, maar misschien is het wel waar! Ieder die tot dát inzicht komt (en kennelijk gebeurt dat zeer geregeld onder de dienaren des Woords, anders was het hele artikel overbodig), wordt hier op voorhand de mond gesnoerd. Is dat wel terecht? Is men dienaar van de kerk, dienaar van de gereformeerde leer of dienaar van het Woord? Ik acht het zeer wel mogelijk dat men nog vreemd zal opkijken! Een enorm aantal teksten spreekt over de toekomst van Israël voor, tijdens en na de grote dag des Heren. Dat men daaraan volledig voorbij gaat, kan ik alleen maar verklaren vanuit de gedachten van de vervangingstheologie. Duidelijk is ook hier weer voldoende stof tot nadenken en nazoeken in de Bijbel. Reden om uitvoerig te kijken naar Gods plan met en de betekenis van de uitverkiezing van Israël als volk. God verlaat immers nooit wat Zijn hand begon? Ook dat maakt een vervangingsleer al heel onwaarschijnlijk. Het moge duidelijk zijn dat een verkeerde kijk op Israël en de kerk met zich meebrengt dat er een verkeerde kijk op het verbond ontstaat. Met alle gevolgen daarvan: een verkeerde uitlegging en toepassing in de kerk.

Jeremia 23:5-8 5
5 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. 6 In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen:de HERE onze gerechtigheid. 7 Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de HERE leeft, die de Israëlieten uit het land Egypte heeft doen optrekken, maar veeleer: 8 Zo waar de HERE leeft, die het nageslacht van het huis Israëls heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen grond wonen. (DutchNBG)

Dit wordt nog eens bevestigd door de Engel Gabriël bij de aankondiging van de geboorte van de Here Jezus.
Lukas 1:30-33
30 En de engel zeide tot haar:Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. 31 En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32 Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33 en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen. (DutchNBG)

Wij zien uit naar wat er nog zal volgen. Ziet u ook zo uit naar Zijn komst? Abraham verwachtte het al. Hieronder een YouTube link naar een lied dat spreekt van dat uitzicht.

Hebreeën 11:8-10
8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou. 9 Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jakob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte; 10 want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is. (DutchNBG)

Het Urker Mannenkoor Hallelujah zingt in Parijs het lied: ‘Lichtstad met uw paar’len poorten’.