Avondmaal in Bijbels perspectief

Een korte studie over het Avondmaal ten behoeve van onze huiskring heb ik wat nader uitgewerkt tot artikel voor op de website.

De viering van het Pascha

Het Avondmaal, is door de Here Jezus zelf ingesteld tijdens de viering van het Pascha:
Lucas 22:15 (HSV)
15 En Hij zei tegen hen: Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden.
Daarin werd de bevrijding uit het slavenhuis van Egypte herdacht. Een lam, zonder enig gebrek, moest worden geslacht. Zijn leven werd geofferd. Het vlees werd gegeten met ongezuurd brood en bittere kruiden. Het oordeel ging in Egypte voorbij (Pascha = voorbijgaan) aan ieder die school achter het bloed. Het bloed dat aan de deurposten en bovendorpel moest worden gestreken.
Vanuit het perspectief van een ongelovige was dat misschien juist géén verstandige daad. Men maakte zich daarmee immers aan de Egyptische overheerser kenbaar als tegenstander van de Farao. Het was dan ook een daad van geloof om dit te doen. Een blijk van geloof, vertrouwen en overgave aan de opdracht van God.

Het offer van het lam

Exodus 12:1-13 (HSV)
1 De HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron in het land Egypte: 2 Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar. 3 Spreek tot heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende dag van deze maand moet ieder voor zich een lam per familie nemen, een lam per gezin. 4 Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er samen met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin woont, één nemen, overeenkomstig het aantal personen. U moet bij het lam rekening houden met wat ieder eten kan. 5 U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen. 6 U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond. 7 En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen. 8 Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. 9 U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar alleen op vuur gebraden, met zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden. 10 U mag daarvan ook niets overlaten tot de morgen. Wat er de volgende morgen van over is, moet u met vuur verbranden. 11 En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor de HEERE. 12 Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE. 13 En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen.

Opmerkelijke punten:

  • Niet vermeld, maar wel de keerzijde is, dat het oordeel (dood van de eerstgeborenen) bleef staan voor wie dit niet geloofde en dit voorschrift negeerde. Je moest dus wel geloven in het bloed van het lam. En daarvan blijk geven door daar naar te handelen.
    Exodus 12:29-30 (HSV)
    29 En het gebeurde te middernacht dat de HEERE alle eerstgeborenen in het land Egypte trof, vanaf de eerstgeborene van de farao, die op zijn troon zou zitten, tot aan de eerstgeborene van de gevangene, die zich in de gevangenis bevond, en alle eerstgeborenen van het vee. 30 Toen stond de farao ’s nachts op, hij en al zijn dienaren en alle Egyptenaren. En er was een luid geschreeuw in Egypte, want er was geen huis waarin geen dode was.
    Vergelijk dit met het principe in Johannes 3
    Johannes 3:18 (HSV)
    18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.
  • Let op hoe vaak er staat: “U moet”. Het is geen vrijblijvende zaak. Er werd gedetailleerd aangegeven hoe het Pascha gehouden moest worden. Dat was niet zomaar naar eigen goeddunken. Ze konden niet zomaar zeggen: “Vlees is vlees, ik slacht wel een kip en smeer de deurpost in met olijfolie”. Geloof uit zich in vertrouwen, overgave én gehoorzaamheid.
  • Het ingestelde Pascha markeert het begin van een nieuw leven in vrijheid. Voortaan is het de eerste maand van het jaar. Let ook op de datum met oog op Pasen. Niets is toevallig.
  • Het bloed is een teken. Een teken van het offer. Het onschuldige lam heeft plaatsvervangend zijn leven gelaten. Ook een teken van verlossing. Teken van het verbond. Een teken dat vooruit wijst naar het bloed van de Here Jezus als het Lam van God. Op veel plaatsen wordt hiernaar verwezen. O.a.
    Johannes 1:29 (HSV)
    29 De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!
    1 Korintiërs 5:7 (HSV)
    7 Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.
    1 Korintiërs 15:3-4 (HSV)
    3 Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, 4 en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,
    Openbaring 5:6-9 (HSV)
    6 En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. 7 En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. 8 En toen Het de boekrol genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de gebeden van de heiligen. 9 En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.

De beschrijving van de instelling van het Avondmaal van de Heer

Matteüs, Marcus en Lucas beschrijven de instelling van het Avondmaal. Dat gebeurde de avond voor het aanbreken van het lijden en sterven. Het ‘laatste avondmaal’ dat Jezus met zijn discipelen vierde, was de eerste viering van het nieuwtestamentische Avondmaal. Aan brood en wijn worden nieuwe betekenissen gegeven. Niet uw doop, maar Zijn bloed is het teken van het Nieuwe Verbond. De overige onderdelen van de oorspronkelijke maaltijd worden niet meer genoemd. We zien dan ook dat het Avondmaal slechts met brood en wijn gevierd wordt. Onderstaande teksten bevestigen dat ook.

Matteüs 26:26-29 (HSV)
26 En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. 27 Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, 28 want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. 29 Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader.

Marcus 14:22-25 (HSV)
22 En terwijl zij aten, nam Jezus brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het hun en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. 23 En Hij nam de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die en zij dronken er allen uit. 24 En Hij zei tegen hen: Dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt. 25 Voorwaar, Ik zeg u dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht van de wijnstok tot op de dag wanneer Ik die nieuw zal drinken in het Koninkrijk van God.

Lucas 22:15-22 (HSV)
15 En Hij zei tegen hen: Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden.
16 Want Ik zeg u dat Ik daar zeker niet meer van zal eten, totdat het vervuld is in het Koninkrijk van God. 17 En nadat Hij een drinkbeker genomen had en gedankt had, zei Hij: Neem deze en deel hem onder elkaar. 18 Want Ik zeg u dat Ik niet drinken zal van de vrucht van de wijnstok, totdat het Koninkrijk van God gekomen is. 19 En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. 20 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt. 21 Maar zie, de hand van wie Mij verraadt, is met Mij aan de tafel. 22 En de Zoon des mensen gaat wel heen zoals bepaald is, maar wee die mens door wie Hij verraden wordt.

De tekenen van brood en wijn zijn duidelijk

Het verwijst in gedachtenis naar het verleden. Het is teken van het verbroken lichaam en vergoten bloed van de Heer. Tevens is het vanaf nu een nieuw teken voor het heden. De beker wijn is het teken van het nieuwe verbond in Zijn bloed, dat voor onze verlossing vergoten werd.

Bij de viering van het Pascha worden voor elke gast 4 bekers klaargezet, overeenkomend met vier verlossingen.
Exodus 6:5-6 (HSV)
5 Zeg daarom tegen de Israëlieten: Ik ben de HEERE. Ik zal u uitleiden van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren. Ik zal u redden uit hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en door zware strafgerichten. 6 Ik zal u tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn. Dan zult u weten dat Ik de HEERE, uw God, ben, Die u uitleidt van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren.

De derde beker bij het Pascha is de beker der vrijkoping, verlossing, of dankzegging. Hoe treffend! Daarover spreekt 1 Korintiërs 10:16 (HSV)
16 De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus?

Het Avondmaal van de bruiloft van het Lam

Mogelijk dat de Heer voor de vierde beker, de beker der aanneming en lofprijzing, verwees naar de toekomst. Want, het nieuwe verbond doet dan vervolgens ook nog vooruit zien naar de toekomst. Een aspect dat de Here Jezus ook zelf hierbij direct al noemt. Het vooruit zien naar “de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van God”.

Uiteindelijk lezen we in Openbaring waar zoveel teksten in de Bijbel al naar toe wijzen. Het is er allemaal om begonnen dat de Zoon zich een bruid verwerft.
Openbaring 19:6-9 (HSV)
6 En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden. 7 Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. 8 En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. 9 En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.

Het Brood des Levens

In Johannes lezen we uitspraken van de Here Jezus over zichtzelf, die we hiermee ook in verband kunnen brengen. Bij het avondmaal zijn brood en wijn teken voor Zijn vlees en bloed. Hij, de Here Jezus zelf, is het brood des levens en gaf bij het spreken hierover ook al weer een vooruitwijzing naar het Avondmaal. Het Pascha in zijn nieuwe betekenis. Geen bevrijding uit Egypte, maar bevrijding van de zonde.
Er zijn veel overeenkomsten en parallellen te zien. Ook het voedsel tijdens de woestijntocht, het manna dat neerdaalde uit de hemel, verwees naar Hem. Ook Jezus, het Brood des levens, daalde neer uit de hemel. Het Avondmaal wijst naar Hem. Voedsel voor onderweg.

Johannes 6:48-58 (HSV)
48 Ik ben het Brood des levens. 49 Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. 50 Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. 51 Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. 52 De Joden dan redetwistten met elkaar en zeiden: Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven? 53 Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. 55 Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. 56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57 Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.

Herlees de onderstreepte verzen. Wat een opmerkelijk (bizar) spraakgebruik. Wie heeft het nou over zijn vlees en bloed als voedsel en drank? En dan nog wel als middel tot een eeuwig leven? In relatie tot de opstanding op de laatste dag. Wat zal men hierbij gedacht hebben? Al lang voor de viering van het Avondmaal, voor Gethsémané en Golgotha sprak de Here Jezus deze woorden. Wie zal het toen hebben begrepen? Maar “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf.”
Deelname aan het Avondmaal is dan ook een getuigenis en een erkenning dat je geen leven hebt in jezelf. Jezus heeft het volbracht. Het eten toont dat je er volledig deel aan hebt, zonder dat je het zelf hebt ondergaan.

Het gebroken brood

Het Avondmaal wordt gevierd in verband met de Heer die zijn leven heeft afgelegd. Helemaal uit de context geplukt, maar toch opmerkelijk, is het dat in Jeremia brood en beker genoemd worden in verband met rouw en troost om een gestorvene. Ook hier wordt gesproken over het breken van het brood.
Jeremia 16:7 (HSV)
7 Ook zal men geen brood voor hen breken vanwege de rouw, om iemand te troosten over een gestorvene, en men zal hun niet te drinken geven uit de troostbeker vanwege iemands vader of vanwege iemands moeder.

De drinkbeker van toorn

Direct na het Avondmaal ging Jezus naar de Olijfberg en kwam in de hof van Gethsémané. Ook daar is sprake van een drinkbeker. Duidelijk is dat het hier niet gaat om een beker van verlossing en dankzegging of een beker van aanneming en lofprijzing. Bij deze beker komt duidelijk naar voren dat Hij in onze plaats kwam te staan. De beker leeg wilde drinken, die ons toekwam.

Lukas 22:41-44 (HSV)
41 En Hij verwijderde Zich van hen ongeveer een steenworp afstand, knielde neer en bad: 42 Vader, als U wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden. 43 En aan Hem verscheen een engel uit de hemel, die Hem versterkte. 44 En Hij kwam in zware zielenstrijd en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen.

De Here Jezus was bereid was de beker van toorn te drinken. Dat doet denken aan andere teksten, zoals in Jeremia, waar oordeel wordt aangekondigd.

Jeremia 25:15-17 (HSV)
15 Want zo heeft de HEERE, de God van Israël, tegen mij gezegd: Neem deze beker van de wijn van de grimmigheid uit Mijn hand, en geef die te drinken aan al de volken tot wie Ik u zend, 16 zodat zij drinken en waggelen en zich als een waanzinnige gedragen vanwege het zwaard dat Ik onder hen zend. 17 Toen nam ik deze beker uit de hand van de HEERE en gaf die te drinken aan al de volken tot wie de HEERE mij gezonden had:

Het offer van Het Lam

Het paaslam van het oude testament verwees al naar het offer van de Here Jezus aan het kruis van Golgotha. Daarmee wordt de profetische strekking van de woorden van Abraham waarheid, namelijk dat God Zichzelf zal voorzien van het lam.
Genesis 22:7-8 (HSV)
7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer? 8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

Op Golgotha stief Hij, die zelf zonder zonde was, voor onze zonden. Een plaatsvervangend offer van Het Lam zonder enig gebrek. Wij nu, die in Hem geloven, mogen schuilen achter Zijn bloed. De bijzondere betekenis hiervan wordt duidelijk gemaakt in verschillende passages in de brief aan de Hebreeërs.

Hebreeërs 7:19-28 (HSV)
19 De wet heeft namelijk niets tot volmaaktheid gebracht, maar de totstandbrenging van een betere hoop, waardoor wij tot God naderen, doet dat wel. 20 En in zoverre Hij geen Priester is geworden zonder het zweren van een eed – want zij zijn wel zonder het zweren van een eed priester geworden, 21 maar Hij is het geworden met het zweren van een eed door God, Die tegen Hem gezegd heeft: De Heere heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek – 22 in zoverre is Jezus Borg geworden van een zoveel beter verbond. 23 En zij zijn wel in groten getale priester geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven, 24 maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. 25 Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. 26 Want zo’n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen verheven. 27 Hij heeft het niet nodig, zoals de hogepriesters, elke dag eerst voor zijn eigen zonden slachtoffers te brengen en pas daarna voor die van het volk. Want dat heeft Hij eens en voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf offerde. 28 Want de wet stelt mensen, die met zwakheid behept zijn, aan als hogepriester. Maar het woord van de eed die na de wet gezworen is, stelt de Zoon aan, Die tot in eeuwigheid volmaakt is.

Offer én Hogepriester

De Here Jezus is de Hogepriester, die Zichzelf offerde. In een vergelijking wordt in Hebreeërs gesproken over het verschil met de (hoge)priesters uit het oude verbond en de overeenkomst met Melchizedek.

Hebreeërs 7:1-3 (HSV)
1 Deze Melchizedek was namelijk koning van Salem, een priester van de allerhoogste God. Hij ging Abraham tegemoet, toen die terugkeerde na het verslaan van de koningen, en zegende hem. 2 Aan hem gaf Abraham ook van alles het tiende deel. In de eerste plaats was hij – aldus de vertaling van zijn naam – koning van de gerechtigheid en verder was hij ook koning van Salem, dat is koning van de vrede. 3 Zonder vader, zonder moeder, zonder stamboom kent hij geen begin van dagen en ook geen levenseinde, maar aan de Zoon van God gelijkgemaakt, blijft hij in eeuwigheid priester.

De geschiedenis met Melchizedek en Abraham wordt beschreven in Genesis. Zal het toeval zijn dat Melchizedek uitgerekend met brood en wijn naar Abraham komt? Alles krijgt nog meer dimensie als we de lijnen zien die kriskras door de hele Bijbel lopen.
Genesis 14:18 – 15:1 (HSV)
18 En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij was een priester van God, de Allerhoogste. 19 En hij zegende hem en zei: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit! 20 En geloofd zij God, de Allerhoogste, Die overgeleverd heeft uw tegenstanders in uw hand! En hij gaf hem van alles een tiende deel.
21 De koning van Sodom zei tegen Abram: Geef mij de mensen, maar houd de bezittingen voor uzelf. 22 Maar Abram zei tegen de koning van Sodom: Ik zweer bij de HEERE, God, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit, 23 dat ik niets, van draad tot schoenriem toe, ja, niets van alles wat van u is, zal nemen, zodat u niet kunt zeggen: Ik heb Abram rijk gemaakt. 24 Verre daarvan! Alleen wat de knechten gegeten hebben, en het deel van de mannen die met mij meegegaan zijn, Aner, Eskol en Mamre; laten die hun deel nemen!
15:1 Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot Abram in een visioen: Wees niet bevreesd, Abram, Ik ben voor u een schild, uw loon zeer groot.

Opmerkelijke punten:

  • Abraham wees het aanbod van de koning van Sodom af en aanvaarde dat van Melchizedek.
  • Melchizedek was zowel priester als koning (van Salem = vrede).
  • Melchizedek bracht (als priester van de Allerhoogste) brood en wijn.
  • Juist hierná kwam God met een belofte tot Abraham. Het antwoord van God op de daden van geloof van Abraham?

Naar de verordening van Melchizedek is Jezus Christus de Hogepriester van een Nieuw Verbond. Er komt een Nieuw Verbond in Zijn bloed. Naar dit Nieuwe Verbond verwijst Hij bij het nemen van de beker.
Lucas 22:20 (HSV)
20 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.

De Hogepriester was de middelaar tussen God en mensen. Hij bracht het bloed van het offer in het heiligdom. Zo werd verzoening gedaan.
Onze verlossing is niet teweeg gebracht door het sterven van de Heer. Dan zou Hij dood zijn, maar waarom zou dat ons leven brengen?
Onze verlossing is niet teweeg gebracht door de opstanding van de Heer. Dan zou Hij wel weer leven, maar zouden wij nog in zonde zijn.
Hij is echter met Zijn eigen bloed voor altijd binnengegaan in het heiligdom. Daar vond het plaats. Dáárdoor is een eeuwige verlossing teweeggebracht. Doordat het offer door God de Vader aanvaard is tot verzoening van al onze overtredingen.

Hebreeërs 9:12-15 (HSV)
12 Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. 13 Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, 14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen! 15 En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.

Verdeeldheid over de viering van het Avondmaal

Ook de brief aan de Korintiërs spreekt over het Avondmaal.

1 Korintiërs 10:16-17 (HSV)
16 De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus? 17 Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood.

Juist met het oog op wat er mis gaat wordt de nadruk gelegd op de eenheid. Een in de gemeenschap met het bloed van Christus. Een door het breken van het ene brood dat staat voor het ene lichaam. Deelhebben aan dat ene brood. Het staat hier niet letterlijk, maar dat mag je natuurlijk ook zeggen t.a.v. het “ene” bloed dat gevloeid heeft.

Wanneer er misstanden in de gemeente van Korinthe blijken te bestaan, verwijst Paulus nog eens naar de instelling van het Avondmaal. Ook is er een willekeur in de wijze waarop het gevierd wordt. Men geeft zijn eigen invulling. Ze eten en drinken van alles. Worden zelfs dronken. Waar het misschien nog wel het meest om gaat is dat de betekenis daardoor niet meer centraal staat. Er wordt gesproken over een onwaardige wijze. Let wel. Het is niet zomaar wat. Er worden hier op zeer ernstige toon heel grote en zware woorden gebruikt.

1 Korintiërs 11:20-34 (HSV)
20 Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere. 21 Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is. 22 Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet. 23 Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, 24 en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. 25 Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. 26 Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt. 27 Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. 28 Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. 29 Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. 30 Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen. 31 Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden. 32 Maar als wij geoordeeld worden, worden wij door de Heere bestraft, opdat wij niet met de wereld veroordeeld zouden worden. 33 Daarom, mijn broeders, als u samenkomt om te eten, wacht op elkaar. 34 Maar als iemand honger heeft, laat hij thuis eten, opdat u niet tot een oordeel samenkomt. Wat betreft de overige zaken zal ik opdracht geven wanneer ik kom.

Om bij stil te staan:

Beproeven – kán je het Avondmaal wel vieren?

Het “ieder beproeve zichzelf”, krijgt in sommige kringen misschien teveel nadruk en een verkeerde belichting en invulling. Men ziet dit beproeven dan helemaal niet meer in de context van de misstand die Paulus aan de orde stelt, maar haalt er soms van alles en nog wat bij. Wanneer je jezelf blijft beproeven totdat je “goed genoeg” bent, dan is het niet begrepen. Niemand is immers goed genoeg.
In evangelische kring daarentegen lijkt eerder sprake van de andere kant, als de lezing van dit Schriftgedeelte vaak juist stopt bij vers 26 en vers 27 en 28 helemaal niet meer aan de orde lijken te zijn. Bestaat er misschien het gevaar een zo zelfverzekerd kind van God te zijn, dat men over de eigen tekortkomingen ook helemaal niet meer in zit?
Een goede balans hierin lijkt me van belang. Daar roept Paulus ook toe op. Beproeven leidt tot de alsmaar repeterende erkenning dat het Lam ook voor mij geslacht werd. Zó mogen wij aan de maaltijd gaan. Met dankbaarheid dat Hij zijn leven gaf tot een volkomen verzoening van al onze zonden. En met de zekerheid dat dit geldt voor ieder die in Hem gelooft.
Johannes 3:14-15 (HSV)
14 En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, 15 opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Vrijblijvendheid – móet je het Avondmaal wel vieren?

Het wel of niet vieren van het avondmaal is geen vrijblijvende zaak voor de gelovige. Het is misschien wel eerder een opdracht dan een uitnodiging. Er wordt niet gekeken naar de eigen behoefte hieraan, maar er wordt zowel door de Here Jezus als later door Paulus in gebiedende wijs gesproken. Bij twijfel is wel doen dus misschien wel beter dan niet doen.

Verkondiging – wat betekent het om het Avondmaal te vieren?

De viering van het Avondmaal is een getuigenis en verkondiging van de dood van de Heer. ”Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt”. Door het Avondmaal te vieren, gehoorzaam je aan de opdracht van de Heer. Strijk je als het ware Zijn bloed aan je deurposten. Getuig je ervan te schuilen achter het bloed van het Lam. Belijd je alles van Hem te verwachten en te vertrouwen op Zijn verzoening, verlossing en levendmaking.

Frequentie – hoe vaak moet je het Avondmaal vieren?

Er wordt geen voorschrift gegeven t.a.v. de frequentie waarmee het avondmaal gehouden moet worden. Het woordje “dikwijls” wordt wel opvallend vaak gebruikt. Dat doet niet denken aan 1 x per jaar of eens per kwartaal. Er staat niet: “Want zo ‘nu en dan’ als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt.” Eerder lijkt het erop dat men het “zo dikwijls” als men bij elkaar kwam vierde.
Aanvankelijk moest ik er wel aan wennen toen in de gemeente waar ik kwam elke zondag het Avondmaal gevierd werd. Maar naarmate ik er langer over nadacht, kwam ik tot de conclusie dat dat toch de minst discutabele frequentie is. Wordt het dan geen sleur? Nee! Het is nog een reden temeer om naar de samenkomst te gaan. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt.

Hoeveel water kun je bij de wijn doen?

Al staat het niet elke keer nadrukkelijk vermeld, is volstrekt duidelijk dat het in de Bijbel gaat over brood en wijn. Niet over gevulde koek en chocolademelk. Ook niet over “het maakt niet uit”. Ook niet over iets wat erop lijkt. Ook niet over druivensap.
Waar komt de moeite hiermee vandaan, als de Here Jezus zelf met brood en wijn het avondmaal instelt?
Wat zijn dan de argumenten hiervan af te wijken? Ook zou je je kunnen afvragen: Is het wel geoorloofd het anders te doen? Vergelijk het met het oude testament, waar telkens blijkt dat zaken heel letterlijk genomen moeten worden. En toch:

  • De eerste wil uit principe geen wijn (alcohol) drinken. (Ondanks dat de Heer gebiedt om dit te doen tot zijn gedachtenis.)
  • De tweede meent dat de Bijbel het drinken van wijn verbied. (Lezen doen ze kennelijk niet.)
  • De derde is begaan met (ex-)alcoholisten. (Zelfs als die er niet zijn of er zelf niet over reppen.)
  • De volgende meent dat druivensap toch ook van de “wijnstok” komt.
  • Weer een ander zegt: “Maar ik lust geen druivensap”.
  • Nog eventjes en de vraag komt om een zero-sugar-sapje met glutenvrij speltbrood.
  • Ook de gedachte dat jongeren van de wetgever geen alcohol zouden mogen drinken is in het kader van deze godsdienstige context natuurlijk volslagen flauwekul te noemen. Geen enkele volksvertegenwoordiger of politieagent heeft de behoefte hierop in te grijpen.
  • Al met al begrijp ik werkelijk niet dat de behoefte bestaat hier van het Bijbelse gegeven af te wijken.
  • Ik wil voorzichtig zijn, maar denk zelf dat het niet goed is dat hiervan wordt afgeweken. Bewaar ook in het teken dat gegeven is de eenheid. Verander het niet!

Sommigen pogen die eenheid op een heel andere wijze te bewerkstelligen. Citaat van het Christelijk Informatie Platform:
Enkele jaren geleden heeft een Anglicaanse kerk in Engeland besloten om geen wijn meer aan te bieden tijdens het heilig avondmaal. Waarom besloot zij dit en ken je soortgelijke voorbeelden uit je directe omgeving?
Dat is een erg mooi voorbeeld. De predikant die dat besloot, Paul Filmer, deed dat om mogelijke alcoholverslaafden in zijn kerk tegemoet te komen. Hij wilde niet dat ook maar iemand zich buitengesloten zou voelen. In Nederland zijn er veel kerken die én wijn én druivensap aanbieden, om dezelfde reden. Filmers besluit gaat verder: helemaal geen wijn meer aanbieden tijdens het heilig avondmaal was voor hem de enige optie, omdat zo de eenheid behouden wordt.

Met goede bedoelingen en mooie woorden wordt verdeeldheid gezaaid. De afwijking wordt bovendien gepresenteerd als middel om de eenheid te bewaren. Het is zeer realistisch te denken dat we daar naartoe gaan als we water bij de wijn doen. Ieder doet dan uiteindelijk wat goed is in eigen ogen. Nog even en degenen die eenvoudig willen vasthouden aan wat de Bijbel ons vraagt te doen, krijgen vervolgens het stempel ‘wettisch en liefdeloos’.

Net zoals het in het oude verbond nadrukkelijk werd gesproken over een braden van het lam. Het mocht niet gekookt worden. De ingewanden mochten niet eerst verwijderd worden. Enzovoorts. Ook niet als men dat lekkerder vond, niet van gebraden vlees hield of wat dan ook. Geen vegetarisch lam. Er was geen ruimte voor “dat maakt toch niet uit”.
Exodus 12:8-9 (HSV)
8 Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. 9 U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar alleen op vuur gebraden, met zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden.

En wat voor beker dan?

Ik kan nergens uit afleiden of er een bezwaar zou zijn om één beker door te geven ofwel ieder uit zijn eigen beker(tje) te laten drinken. Uit het Bijbels gegeven weet ik niet of de Heer naar Zijn eigen beker sprak en ieder uit de eigen beker dronk, of dat er één beker rondging. Ik ben er niet bij geweest. Als ik bedenk dat voor elke gast 4 bekers worden neergezet, denk ik dat ieder uit zijn eigen beker gedronken zal hebben. Een belangrijk feit is dat het gaat om de wijn, die het teken is van Zijn bloed.
Of het nu in een glas, een beker, een kopje of een klein plastic bekertje zit lijkt me dan een bijzaak. Ook het formaat lees ik nergens uit af. Uiteindelijk neemt ieder zijn eigen stukje brood en zijn eigen slok van de wijn. Ik heb nog niet meegemaakt dat principieel slechts één beker rondging. Voor zover ik mij herinner gingen er altijd meerdere bekers rond. De betekenis zit immers in de wijn, die het teken is van het bloed van de Heiland. Die betekenis zit niet in het aantal of de grootte of het materiaal van de beker of ieder zijn eigen kleine bekertje. Uit het oogpunt van hygiëne is overigens het laatste te verkiezen.

En wat voor brood dan? Hoe deed de eerste gemeente dit?

Daarover wordt niet heel veel gezegd. Maar het is opvallend dat de Emmaüsgangers de Heer herkenden, bij wat een gewone maaltijd lijkt. Zij herkenden Hem op het moment dat hij het brood brak. Het breken van het brood wordt opvallend vaak genoemd. Ook terwijl na het Pesach géén ongezuurde broden meer gegeten werden.
Op grond van al het bovenstaande lijkt me dat het streven moet zijn om zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke te blijven. Zo bezien zou je het best voor matzes kunnen kiezen.
Ik wil hier maar niet ingaan op de katholieke leer, die spreekt over transsubstantiatie. Dat is de term die wordt gebruikt om de verandering te omschrijven van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Volgens de katholieke leer vindt dit plaats tijdens de eucharistieviering.
Vanuit de reformatorische traditie kennen we witbrood als het brood dat gedeeld wordt. Het brood zoals wij dat kennen. Maar het worden nooit croissantjes of krentenbollen.

Lucas24:30-31 (HSV)
30 En het gebeurde, toen Hij met hen aan tafel aanlag, dat Hij het brood nam en het zegende. En toen Hij het gebroken had, gaf Hij het aan hen. 31 En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.
Merk op: Hij zegende het brood. Er wordt wel eens laatdunkend gesproken over het eenvoudige gebed voor het eten “Here, zegen deze spijze”, maar het is een goede gewoonte om de Heer te vragen om een zegen over het eten en de dankzegging daarover uit te spreken.

Meermalen wordt melding gemaakt van het feit dat men (aan huis) de maaltijd hield, waarbij steeds heel kenmerkend wordt gesproken over het breken van het brood.
Handelingen 2:46 (HSV)
46 En zij bleven dagelijks eensgezind in de tempel bijeenkomen, en terwijl zij van huis tot huis brood braken, namen zij gezamenlijk voedsel tot zich, met vreugde en in eenvoud van hart;

Hoewel er bij geregelde viering in de gemeente minder aanleiding voor is, denk ik op grond van het bovenstaande dat het goed mogelijk is dat men in bepaalde omstandigheden in kleinere huiselijke samenkomsten het Avondmaal zou vieren.

Dat broeders en zusters in moeilijke omstandigheden van vervolging, gevangenschap, gebrek of anderzins afwijken van het gebruik van brood en wijn en het Avondmaal toch vieren, maar dan misschien met rijst en water, lijkt mij begrijpelijk. Dat moet niet gebruikt worden om het om te draaien. De uitzondering moet niet gebruikt worden om de regel om zeep te helpen.

Voor wie is het Avondmaal te vieren?

In Jozua 5 lezen we over een viering van het Pascha nadat eerst de besnijdenis had plaatsgevonden. Eerst de toetreding tot het verbond, daarna de maaltijd vieren op de dag (en op de wijze) die was voorgeschreven.

Jozua 5:7-10 (HSV)
7 Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld. Jozua heeft hen besneden, omdat zij de voorhuid hadden, want zij hadden hen onderweg niet besneden. 8 En het gebeurde, toen zij het besnijden van heel het volk voltooid hadden, dat zij op hun plaats bleven in het kamp tot zij genezen waren. 9 Verder zei de HEERE tegen Jozua: Vandaag heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld. Daarom gaf men die plaats de naam Gilgal, tot op deze dag. 10 Terwijl de Israëlieten in Gilgal hun kamp hadden opgeslagen, hielden zij het Pascha op de veertiende dag van die maand, in de avond, op de vlakten van Jericho.

Zo staat ook het Avondmaal alleen open voor hen die zich op grond van hun geloof in de Here Jezus kinderen van God mogen noemen en daarmee deel uitmaken van het Nieuwe Verbond in Zijn bloed.

Ik hoorde van enkele grote gemeenten met 1500 en 2000 leden, waar zelfs niet meer dan een stuk of twintig mensen aan het avondmaal (durft te) gaan. Hoewel dit voor de gemeente een verschrikkelijk getuigenis is (men verkondigd immers de dood van de Heer niet), is het denk ik wel correct.
Vanwege de leer van de uitverkiezing weet men niet of men een kind van God is. Men weet niet of men is wedergeboren. Men weet niet of God hen wel kent. Je moet dan ook niet “zomaar” aan het Avondmaal aan gaan. Men neemt in elk geval de drempel die in de Bijbel wordt opgeworpen serieus: 29 Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt.

Je moet het lichaam van de Heer kunnen onderscheiden. Het is dan ook helemaal niet onjuist, wanneer men het doen van een openbare geloofsbelijdenis ziet als een voorwaarde om aan te mogen gaan.
In evangelische kring ziet men dit vooral als een eigen verantwoordelijkheid en/of wordt juist de deelname aan het Avondmaal zelf als getuigenis gezien. Daar zit ook wat in! Toch wordt ook daar (gelukkig!) vaak genoeg als voorwaarde benoemd dat men weet een kind van God te zijn. Dat moet ook wel, want anders vier je iets waar je geen deel aan hebt.

Tot slot:

In het onderstaande schema vind ik het mooi en compact weergegeven. Vier aspecten die de betekenis belichten van het sterven van Jezus, wat we bij het Avondmaal gedenken. Ik trof het aan op: http://www.herschepping.nl/07gv/gem_19heilig_avondmaal.php en heb het met toestemming overgenomen.

verdienste van Jezus voor de mensheid door zijn kruisdood persoonlijk toegepast bij wedergeboorte God neemt daarbij iets verkeerds weg God geeft daarvoor iets goeds in de plaats
de zonden gedragen rechtvaardigmaking vergeving van zondeschuld toerekening van Jezus’ gerechtigheid
de verzoening met God tot stand gebracht verzoening geen vijand van God meer gunsteling en kind van God geworden
de satan overwonnen verlossing bevrijding uit de macht van de satan toelating tot het Koninkrijk van God
de dood overwonnen levendmaking niet langer geestelijk dood nieuw leven ontvangen